Veelgestelde vragen

Algemeen

Waarom nemen pensioenfondsen risico met mijn geld?
Beleggen is nodig voor een goed pensioen. En beleggen zonder risico bestaat niet.

Doordat we in Nederland samen ons pensioen regelen, kunnen we ook samen beleggen. Daardoor delen we met elkaar de risico’s. Pensioenfondsen beleggen bovendien in vele verschillende soorten beleggingen en verspreid over de hele wereld. Daardoor wordt het risico nog meer gespreid.

Dat betaalt zich uit. Door de afgelopen tientallen jaren te beleggen, is er nu ruim twee keer zo veel geld in de gezamenlijke pensioenpotten dan wanneer het geld op een spaarrekening was gezet. Zonder de opbrengsten van beleggen was ons pensioen de helft lager.

Waar Pensioenfonds A.C. Nielsen in belegt, kunt u lezen in het beleggingsplan.
Wat doen pensioenfondsen aan kostenbeheersing en –transparantie?
Doordat we in Nederland samen ons pensioen regelen, delen we ook samen de kosten. Daardoor is iedereen beter af. En minder kosten betekent meer pensioen.

Pensioenfondsen letten scherp op de kosten. De meeste kosten voor uw pensioen worden gemaakt bij het beleggen van het pensioengeld. Maar ook hier geldt: het is veel goedkoper om samen een grote pot met pensioengeld te beleggen dan ieder zijn eigen potje.

Pensioenfondsen zijn volstrekt helder over de kosten die ze maken. Meer informatie over de kosten van Pensioenfonds A.C. Nielsen leest u in paragraaf ‘Uitvoeringskosten’ van ons jaarverslag 2016.
Ik wil bellen, e-mailen of schrijven naar het pensioenfonds, waar kan ik terecht?
Klik op: contactgegevens voor ons adres, telefoonnummer of e-mailadres.
Hoe hoog is mijn pensioen en hoe word ik daarover geïnformeerd?
De hoogte van uw pensioen staat op het Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Over het pensioen opgebouwd tot 1 januari 2015 ontvangt u eens in de vijf jaar een UPO van ons. Als u reeds pensioen ontvangt, dan krijgt u ieder jaar een UPO en een jaaropgave voor uw aangifte inkomstenbelasting van ons. Huidige werknemers ontvangen over het pensioen opgebouwd vanaf 1 januari 2015 ieder jaar een UPO van Stichting Pensioenfonds VNU.

Voor uw totale pensioenoverzicht inclusief AOW en pensioenen van andere werkgevers kunt u kijken op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

Meer weten over hoe uw pensioenregeling in elkaar zit? Klik dan op:
Heb ik recht op pensioen bij Stichting Pensioenfonds A.C. Nielsen (Nederland) B.V.?
Als u niet zeker weet of u pensioen bij ons heeft opgebouwd, neem dan contact met ons op. Klik op: contactgegevens voor ons adres, telefoonnummer of e-mailadres.
Kan ik mijn pensioen af laten kopen?
Normaal gesproken wordt ouderdomspensioen per maand uitbetaald vanaf de pensioendatum zolang u leeft. Bij afkoop wordt de waarde van uw pensioen in één bedrag uitbetaald. U heeft dan één keer meer geld in handen, maar daarna krijgt u niets meer. U kunt uw pensioen alleen af laten kopen als het bruto pensioen per jaar gelijk of lager is dan €  467,89. Dit is de afkoopgrens voor klein pensioen in 2017. De afkoopgrens voor klein pensioen wordt ieder jaar aangepast.

Afkoop kan op de volgende momenten:
  • Tussen 2 jaar en 2,5 jaar na uitdiensttreding als er geen verzoek tot waardeoverdracht is ingediend.
  • Op uw pensioendatum.
  • Bij uw overlijden als het partnerpensioen ingaat en dit is lager dan de afkoopgrens voor klein pensioen. Uw partner krijgt dan de afkoopwaarde.
Gevolgen afkoop voor belastingen, uitkeringen en toeslagen van de overheid:
Als u een relatief groot bedrag ineens ontvangt, kan dit gevolgen hebben voor uitkeringen en toeslagen die u ontvangt van de overheid. Laat u hierover vooraf goed informeren door de overheidsinstantie van wie u de uitkering of toeslag ontvangt.

Op het afkoopbedrag houden wij de wettelijke inhoudingen in, zoals loonbelasting en premies volksverzekeringen.
Wie besturen het pensioenfonds?

Pensioenfondsen worden bestuurd door werkgevers en werknemers. Ook gepensioneerden zijn vertegenwoordigd in het bestuur. De taak van de bestuursleden is om in de besluiten die zij nemen de belangen van werknemers, pensioengerechtigden en de werkgever op evenwichtige wijze af te wegen. De bestuursleden namens de werkgever worden benoemd door de werkgever en de bestuursleden namens de werknemers en pensioengerechtigden worden benoemd na verkiezingen onder de werknemers en pensioengerechtigden.

Bestuursleden van pensioenfondsen voldoen aan hoge eisen. Zij zijn geschikt. Niet alleen qua deskundigheid, ook qua vaardigheden en integer gedrag. De Nederlandsche Bank toetst of bestuursleden geschikt en betrouwbaar zijn voordat zij aan hun taak beginnen. Ook zijn bestuursleden verplicht hun deskundigheid aantoonbaar op peil te houden. Pensioenfondsen stellen daarvoor een plan op. Ook evalueren zij ieder jaar hun functioneren en eens in de drie jaar laten zij dit doen door een externe partij. Wie de bestuursleden van ons pensioenfonds zijn leest u bij ‘Over ons’.

Heb ik zelf invloed in mijn pensioenfonds?

Anders dan bij andere financiële instellingen hebben deelnemers via de governancestructuur van pensioenfondsen invloed op het beleid. Pensioenfondsbesturen leggen bijvoorbeeld verantwoording over hun beleid af aan werknemers en pensioengerechtigden die zitting hebben in het verantwoordingsorgaan. Wie de leden van het verantwoordingsorgaan van ons pensioenfonds zijn leest u bij ‘Over ons’.

Hoe is het toezicht op pensioenfondsen geregeld?

Het toezicht op pensioenfondsen is intensief. Voor pensioenfondsen gelden twee vormen van toezicht. Intern toezicht en extern toezicht.

Extern toezicht
Pensioenfondsen vallen onder het toezicht van ‘De Nederlandsche Bank’ (DNB) waar het gaat om hun financiële gezondheid en om de geschiktheid van bestuurders. De ‘Autoriteit Financiële Markten’ (AFM) houdt toezicht op het gedrag en de integriteit van pensioenfondsbestuurders en de communicatie over pensioen. Daarnaast vallen pensioenfondsen voor bepaalde onderwerpen ook onder het toezicht van de Autoriteit Consument en Markt en de Autoriteit Persoonsgegevens.

Intern toezicht
Het interne toezicht op ons pensioenfonds gebeurt jaarlijks door een visitatiecommissie. Het intern toezicht ziet toe op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in het pensioenfonds. Het intern toezicht is ook belast met het toezien op adequate risicobeheersing en evenwichtige belangenafweging door het bestuur. Daarover wordt verantwoording afgelegd aan het verantwoordingsorgaan, de werkgever en in het bestuursverslag. In het jaarverslag van ons pensioenfonds leest u dus wat het intern toezicht van het fonds vindt.

Het bestuur legt altijd over de bestuurstaken verantwoording af aan het verantwoordingsorgaan. Het verantwoordingsorgaan bestaat uit vertegenwoordigers namens de werknemers, gepensioneerden en de werkgever. Ook het intern toezicht legt verantwoording af over de manier waarop het intern toezicht wordt uitgevoerd. Ook in de Code pensioenfondsen leest u meer over hoe dit is ingericht.

Indexatie en netto pensioen

Wordt mijn pensioen geïndexeerd?
Pensioenfonds A.C. Nielsen probeert uw pensioen ieder jaar te verhogen. Dit heet indexeren. Omdat indexatie door het pensioenfonds zelf wordt betaald, kan dit alleen als het pensioenfonds over voldoende buffers beschikt. Hoeveel buffer het pensioenfonds heeft wordt uitgedrukt in de beleidsdekkingsgraad. De afgelopen jaren was de beleidsdekkingsgraad niet hoog genoeg om de pensioenen te kunnen indexeren. Ook de komende jaren verwachten wij dat uw pensioen niet kan worden verhoogd. Dit betekent dan dat uw pensioen minder waard wordt. Als de beleidsdekkingsgraad in de toekomst voldoende is hersteld, kan het pensioen eventueel extra worden geïndexeerd om koopkracht te herstellen. Dit heet inhaalindexatie. Inhaalindexatie is geen automatisme en wordt door het bestuur besloten.
Hoe wordt mijn pensioen geïndexeerd?
Pensioenfonds A.C. Nielsen probeert uw pensioen ieder jaar te verhogen. Dit heet indexeren. Het pensioenfonds streeft er naar om het opgebouwde pensioen van werknemers ieder jaar te verhogen aan de hand van de stijging van de lonen. Voor mensen die vóór 1996 uitdienst of met pensioen zijn gegaan, streeft het pensioenfonds er eveneens naar om het pensioen ieder jaar te verhogen aan de hand van de stijging van de lonen. Voor mensen die vanaf 1996 uitdienst of met pensioen zijn gegaan, streeft het pensioenfonds er naar om het pensioen ieder jaar te verhogen aan de hand van de stijging van de prijzen. Als het pensioen wordt verhoogd, gebeurt dit op 1 januari van het betreffende jaar.

Voor het vaststellen van de stijging van de lonen kijkt het pensioenfonds naar het indexcijfer ‘cao-lonen (per uur incl. bijzondere beloningen) totaal cao sectoren’ gepubliceerd door het CBS. Het pensioenfonds kijkt hoeveel de lonen in de periode van oktober tot oktober voorafgaand aan de aanpassing zijn gestegen.

Voor het vaststellen van de stijging van de prijzen kijkt het pensioenfonds naar de ‘Consumentenprijsindex alle huishoudens, afgeleid’ gepubliceerd door het CBS. Het pensioenfonds kijkt hoeveel de prijzen in de periode van oktober tot oktober voorafgaand aan de aanpassing zijn gestegen.

Het bestuur besluit jaarlijks óf de pensioenen worden verhoogd en zo ja of de pensioenen geheel of gedeeltelijk meegroeien met de van stijging van de lonen dan wel de prijzen (voor mensen die vanaf 1996 uitdienst of met pensioen zijn gegaan). Het bestuur kijkt hierbij onder andere naar de beleidsdekkingsgraad en de verwachtingen voor de toekomst. De afgelopen jaren was de beleidsdekkingsgraad niet hoog genoeg om de pensioenen te kunnen indexeren. Ook de komende jaren verwachten wij dat uw pensioen niet kan worden verhoogd.

Wilt u weten hoeveel uw pensioen de afgelopen jaren is geïndexeerd? Zie het Pensioen 123 en klik op:
Hoeveel is mijn netto pensioen na inhouding van premies en belastingen?
Op uw bruto pensioen wordt loonheffing en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringwet ingehouden. Rond de datum waarop u het pensioen voor de eerste keer ontvangt, krijgt u van het pensioenfonds een bruto-netto opgave. Daarna krijgt u een opgave iedere keer als het netto pensioen wijzigt. Op deze opgaven kunt u zien wat de inhoudingen op het bruto pensioen zijn geweest.

Omdat de belastingen en andere inhoudingspercentages van jaar tot jaar veranderen, kunnen wij niet vooraf exact zeggen hoeveel het netto pensioen zal zijn. Voor een globale inschatting van uw netto pensioen kunt u contact opnemen met de pensioenadministratie: contactgegevens.

Pensionering

Moet ik zelf actie ondernemen om mijn pensioen in te laten gaan?
Als u in Nederland woont en het pensioen op leeftijd 65 in wil laten gaan, hoeft u in principe geen actie te ondernemen. Als u in het buitenland woont of op een andere datum met pensioen wilt gaan, wellicht wel. Pensioenfonds A.C. Nielsen stuurt u zes maanden voordat u 65 jaar wordt een brief met de hoogte van uw pensioenaanspraken en alle keuzemogelijkheden. Om deze brief te kunnen sturen is het belangrijk dat wij uw adres weten. Als u in Nederland woont krijgen wij adreswijzigingen automatisch via de Gemeentelijke Basis Administratie, als u in het buitenland woont moet u dit zelf aan ons doorgeven. Als u twijfelt of het pensioenfonds het juiste adres van u heeft, verzoeken wij u ook contact met ons op te nemen.

Ook als u eerder dan 65 jaar met pensioen wilt gaan verzoeken wij u minimaal drie maanden voor de gewenste pensioendatum contact op te nemen met de pensioenadministratie: contactgegevens.
Kan ik eerder of later met pensioen?
Voor de meesten van u gaat het ouderdomspensioen standaard in op 65 jaar. Voor huidige werknemers geldt conform hun huidige pensioenregeling (Bij Stichting Pensioenfonds VNU) een standaard pensioenleeftijd van 67 jaar, maar het pensioen dat zij tot 1 januari 2015 hebben opgebouwd heeft ook de standaard pensioenleeftijd van 65 jaar. U kunt er voor kiezen om eerder, later of rond uw AOW datum met pensioen te gaan. Neem voor de exacte mogelijkheden contact op met de pensioenadministratie: contactgegevens.
Wanneer ontvang ik mijn pensioen?

Ouderdomspensioen wordt vanaf de pensioendatum maandelijks aan u uitbetaald zolang u leeft. Het partnerpensioen gaat in op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin u overlijdt en wordt maandelijks, levenslang aan uw partner uitgekeerd.

De betaaldata van Pensioenfonds A.C. Nielsen zijn:
Wanneer krijg ik een AOW-uitkering?
Vanaf welk moment u van de overheid een AOW-uitkering ontvangt is afhankelijk van uw geboortedatum. De huidige stand van zaken is volgens de overheid als volgt:
U bent geboren U krijgt AOW in Uw leeftijd als uw AOW start is
voor 1 januari 1948 2012 of eerder 65
na 31 december 1947 en voor 1 december 1948 2013 65 en 1 maand
na 30 november 1948 en voor 1 november 1949 2014 65 en 2 maanden
na 31 oktober 1949 en voor 1 oktober 1950 2015 65 en 3 maanden
na 30 september 1950 en voor 1 juli 1951 2016 65 en 6 maanden
na 30 juni 1951 en voor 1 april 1952 2017 65 en 9 maanden
na 31 maart 1952 en voor 1 januari 1953 2018 66
na 31 december 1952 en voor 1 september 1953 2019 66 en 4 maanden
na 31 augustus 1953 en voor 1 mei 1954 2020 66 en 8 maanden
na 30 april 1954 en voor 1 januari 1955 2021 67
In 2022 wordt de AOW-leeftijd 67 jaar en 3 maanden. Bent u geboren na 30 september 1955? Dan is uw exacte AOW-leeftijd nog niet bekend. Maar deze is minimaal 67 jaar en 3 maanden. Vanaf 2022 is de AOW-leeftijd afhankelijk van de gemiddelde levensverwachting. U weet 5 jaar van te voren wanneer u AOW krijgt.

De betaaldata van de AOW-uitkering zijn:
Hebben bijverdiensten invloed op mijn pensioen?
Na uw pensionering mag u bijverdienen. Dit heeft geen gevolgen voor de hoogte van uw pensioenuitkering. Uitzondering op deze regel is als u arbeidsongeschikt bent en een WAO- of WIA-uitkering ontvangt: als gevolg van bijverdiensten wordt uw WAO- of WIA-uitkering verlaagd en eventueel ook uw arbeidsongeschiktheidspensioen.
Hoe geef ik een nieuw bankrekeningnummer door?
Als het bankrekeningnummer waarop u uw pensioenuitkering ontvangt niet meer juist is, dient u zo spoedig mogelijk het nieuwe IBAN-rekeningnummer aan ons door te geven. Dit kunt u doen door een brief te schrijven met daarin het nieuwe IBAN-rekeningnummer, uw burgerservicenummer (BSN) en uw handtekening. U stuurt de brief inclusief een kopie van uw bankafschrift en een kopie van uw legitimatiebewijs naar de pensioenadministratie: contactgegevens.

Belangrijke gebeurtenissen in uw leven

Ik heb sinds kort een partner, moet ik dat melden aan het pensioenfonds?
Als u gaat trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaat, hoeft u dat niet aan ons te melden. Deze informatie krijgen wij automatisch van de Gemeentelijke Basis Administratie. Als u gaat samenwonen, geeft u dit wel aan ons door. In geval van uw overlijden komt uw gehuwde of geregistreerde partner mogelijk in aanmerking voor het partnerpensioen.

Let op: uw partner heeft niet automatisch recht op partnerpensioen bij uw overlijden. Uw partner heeft alleen recht op partnerpensioen als het huwelijk, (geregistreerd) partnerschap of de gezamenlijke huishouding vóór de beëindiging van het dienstverband met de werkgever is aangegaan. In geval van niet geregistreerd partnerschap of een gezamenlijke huishouding, moet er sprake zijn van een notarieel samenlevingscontract. Zie voor de exacte voorwaarden het pensioenreglement in Documenten.
Ik ben vader/moeder geworden, moet ik dat melden aan het pensioenfonds?
De geboorte van een kind hoeft u niet aan ons te melden. In uw pensioenregeling is een voorziening getroffen voor uw kinderen voor het geval u komt te overlijden. Ieder kind jonger dan 18 jaar komt dan in aanmerking voor wezenpensioen. Kinderen ouder dan 18 jaar die nog studeren ontvangen een wezenpensioen tot maximaal hun 27ste verjaardag.
Ik kom te overlijden, krijgen mijn partner en kinderen pensioen?
In geval van uw overlijden, komen uw partner en kinderen mogelijk in aanmerking voor partnerpensioen en wezenpensioen. Als u in Nederland woont krijgt het pensioenfonds via de Gemeentelijke Basis Administratie automatisch bericht van uw overlijden. Het pensioenfonds neemt na uw overlijden zelf contact op met uw nabestaanden en zal beoordelen of zij in aanmerking komen voor partner- en of wezenpensioen. De hoogte van het partnerpensioen en wezenpensioen staat vermeld op het (Uniform) Pensioenoverzicht dat u periodiek van ons ontvangt.

Let op: uw partner heeft niet automatisch recht op partnerpensioen bij uw overlijden. Uw partner heeft alleen recht op partnerpensioen als het huwelijk, (geregistreerd) partnerschap of de gezamenlijke huishouding vóór de beëindiging van het dienstverband met de werkgever is aangegaan. In geval van niet geregistreerd partnerschap of een gezamenlijke huishouding, moet er sprake zijn van een notarieel samnelevingscontract. Zie voor de exacte voorwaarden het pensioenreglement in Documenten.
Ik ga scheiden, moet ik dat melden aan het pensioenfonds?
Van een echtscheiding of einde geregistreerd partnerschap krijgt het pensioenfonds bericht via de Gemeentelijke Basis Administratie. Als ongehuwd samenwonende dient u de beëindiging van de samenleving zelf aan het pensioenfonds door te geven. Daarnaast stuurt uzelf de afspraken die u heeft gemaakt bij de scheiding naar het pensioenfonds. Afspraken kunnen bijvoorbeeld zijn vastgelegd in een echtscheidingsconvenant, huwelijkse voorwaarden of het formulier ‘Mededeling van scheiding in verband met verdeling van ouderdomspensioen’. Het ingevulde en ondertekende formulier, ook wel ‘vereveningsformulier’ genoemd, stuurt u binnen twee jaar na de echtscheiding naar het pensioenfonds.
Ik ga scheiden, wat zijn de gevolgen voor mijn pensioen?
Een scheiding heeft gevolgen voor uw ouderdomspensioen en partnerpensioen. Laat u voorafgaand aan de scheiding informeren door een jurist die goed op de hoogte is van pensioen en echtscheiding, zodat de afspraken die u met uw ex-partner maakt, goed op papier worden vastgelegd.

Gevolgen voor het ouderdomspensioen:
Na een scheiding heeft uw ex-partner recht op de helft van uw ouderdomspensioen indien u getrouwd was of u een partnerschap bij de burgerlijke stand had laten registreren. Dit recht heeft uw ex-partner ook als u gescheiden bent van tafel en bed. Uw ex-partner heeft recht op de helft van het ouderdomspensioen dat u hebt opgebouwd toen u getrouwd was of toen u een geregistreerd partnerschap had. We noemen dit ‘verevening’. U geeft de vereveningsafspraken aan het pensioenfonds door middels het formulier ‘Mededeling van scheiding in verband met verdeling van ouderdomspensioen’. Uw ex-partner én u krijgen allebei een pensioenoverzicht van het pensioenfonds.

Vanaf uw pensioendatum ontvangen u en uw ex-partner verevend ouderdomspensioen. Als uw ex-partner eerder overlijdt dan u, krijgt u (alsnog) het hele ouderdomspensioen. Als u overlijdt vóór uw ex-partner, krijgt uw ex-partner geen deel van uw ouderdomspensioen meer. Dus als u overlijdt stopt het (verevende) ouderdomspensioen sowieso. Uw ex-partner krijgt dan mogelijk een ‘bijzonder partnerpensioen’.

U kunt samen ook andere afspraken maken. Dit kan in de huwelijkse voorwaarden, in de voorwaarden voor het partnerschap of in het echtscheidingsconvenant.

Gevolgen voor het partnerpensioen
Uw ex-partner heeft ook recht op het partnerpensioen dat u opbouwde tot de datum van scheiding, beëindiging geregistreerd partnerschap of het einde van het samenwonen. Dit wordt ‘bijzonder partnerpensioen’ genoemd. Zowel u als uw ex-partner ontvangt hierover bericht van het pensioenfonds.

Als uw ex-partner afstand doet van het recht op partnerpensioen, dan moet u het pensioenfonds informeren. De afwijkende afspraak over het partnerpensioen moet zijn opgenomen in een (scheidings)convenant dat door beide ex-partners is ondertekend. Het pensioenfonds beoordeelt zelf of het aan de afwijkende afspraak meewerkt. Pas als de afspraak door het pensioenfonds schriftelijk is bevestigd, is deze geldig.
Ik ga uitdienst, wat zijn de gevolgen voor mijn pensioen?
Als u uitdienst gaat stopt de pensioenopbouw. U ontvangt dan een overzicht van de tot dat moment opgebouwde pensioenen. Als u na uitdiensttreding (opnieuw) gaat trouwen of samenwonen ontvangt uw partner geen partnerpensioen van Pensioenfonds A.C. Nielsen.

Als u naar een andere werkgever gaat, kunt u ervoor kiezen om uw opgebouwde pensioen mee te nemen. We noemen dat waardeoverdracht. Dat vraagt u aan bij uw nieuwe pensioenuitvoerder. Laat u hier vooraf goed over informeren. Of waardeoverdracht een goede keuze is, hangt onder andere af van de financiële situatie van uw huidige en van uw nieuwe pensioenuitvoerder.

Als u besluit geen waardeoverdracht aan te vragen, dan blijft uw pensioen staan bij Pensioenfonds A.C. Nielsen (en Stichting Pensioenfonds VNU, bij opbouw vanaf 1 januari 2015) en wordt het vanaf uw standaard pensioendatum of een andere door u gekozen pensioendatum, aan u uitbetaald.
Ik ben arbeidsongeschikt, wat zijn de gevolgen voor mijn pensioen?
Als u tijdens uw dienstverband bij A.C. Nielsen Nederland vóór 2015 arbeidsongeschikt bent geworden, heeft u mogelijk recht op (gedeeltelijke) voortzetting van uw pensioenopbouw bij Pensioenfonds A.C. Nielsen zonder dat u daar zelf nog premie voor betaalt. Daarnaast heeft u mogelijk recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Iemand is arbeidsongeschikt als hij of zij meer dan twee jaar ziek is. De premievrije pensioenopbouw is afhankelijk van de mate van uw arbeidsongeschiktheid. Als u volledig arbeidsongeschikt bent, bouwt u ook volledig pensioen op. Dan hoeft u geen premie meer te betalen. Als u gedeeltelijk arbeidsongeschikt bent, bouwt u voor een deel pensioen op. Voor dat deel betaalt u dan geen premie meer. U hoeft ons niet zelf te informeren over uw arbeidsongeschiktheid. Dat gebeurt automatisch door het UWV. U wordt net als de huidige werknemers over uw pensioen geïnformeerd middels een Uniform Pensioenoverzicht.

Als u ná uitdiensttreding arbeidsongeschikt wordt, ontvangt u van Pensioenfonds A.C. Nielsen geen (gedeeltelijke) voortzetting van uw pensioenopbouw.
Ik ga in deeltijd werken, wat zijn de gevolgen voor mijn pensioen?
Als u in deeltijd werkt of gaat werken, bouwt u minder pensioen op. Uw pensioengrondslag is of wordt namelijk lager. Deze wordt gecorrigeerd met de deeltijdfactor. Bijvoorbeeld: u werkt 32 uur per week van de fulltime 40 uur. De deeltijdfactor is dan 32 / 40 = 0,8.
Ik ben verhuisd, moet ik dat doorgeven aan het pensioenfonds?
Als u in Nederland woont en verhuist naar een ander adres in Nederland hoeft u de adreswijziging niet aan ons door te geven. Als u uw nieuwe adres doorgeeft aan uw gemeente ontvangen wij automatisch uw nieuwe adresgegevens van de Gemeentelijke Basis Administratie.

Als u naar het buitenland verhuist, is het belangrijk dat u de adreswijziging wel schriftelijk aan ons doorgeeft.

Als u pensioen ontvangt en in het buitenland woont, bent u verplicht om minimaal één keer per jaar een ‘attestatie de vita’ (een bewijs van in leven zijn) naar het pensioenfonds op te sturen. U wordt hiervoor door het pensioenfonds aangeschreven.